I. Schepping tot zondvloed

A. Schepping van de hemel en de aarde

1 - Schepping van de hemel en de aarde is op de eerste dag

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
~ Genesis 1:1

En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.
~ Genesis 1:5

2 - Schepping van de hemel en de aarde hoort bij de scheppingsweek

Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
~ Exodus 20:11

Totaal: jaar 0, dag 1


Aantekeningen

B. Schepping Adam

Schepping van Adam is op de zesde dag.

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.
~ Genesis 1:27

En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.
~ Genesis 1:31

Totaal: jaar 0, dag 6

B. Seth

Adam was 130 jaar oud toen hij Seth kreeg.

Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth.
~ Genesis 5:3

Totaal: 0 + 130 = 130

C. Enos

Seth was 105 jaar oud toen hij Enos kreeg.

Seth leefde honderdvijf jaar, en verwekte Enos.
~ Genesis 5:6

Totaal: 130 + 105 = 235

D. Kenan

Enos was 90 jaar oud toen hij Kenan kreeg.

Enos leefde negentig jaar, en verwekte Kenan.
~ Genesis 5:9

Totaal: 235 + 90 = 325

E. Mahalaleël

Kenan was 70 jaar oud toen hij Mahalaleël kreeg.

Kenan leefde zeventig jaar, en verwekte Mahalaleël.
~ Genesis 5:12

Totaal: 325 + 70 = 395

F. Jered

Mahalaleël was 65 jaar oud toen hij Jered kreeg.

Mahalaleël leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Jered.
~ Genesis 5:15

Totaal: 395 + 65 = 460

G. Henoch

Jered was 162 jaar oud toen hij Henoch kreeg.

Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch.
~ Genesis 5:18

Totaal: 460 + 162 = 622

H. Methusalach

Henoch was 65 jaar oud toen hij Methusalach kreeg.

Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach.
~ Genesis 5:21

Totaal: 622 + 65 = 687

I. Lamech

Methusalach was 187 jaar oud toen hij Lamech kreeg.

Methusalach leefde honderdzevenentachtig jaar, en verwekte Lamech.
~ Genesis 5:25

Totaal: 687 + 187 = 874

J. Noach

Lamech was 182 jaar oud toen hij Noach kreeg.

28 Lamech leefde honderdtweeëntachtig jaar, en verwekte een zoon.
29 En hij gaf hem de naam Noach, en zei: Deze zal ons troosten over ons werk en over het zwoegen van onze handen, vanwege de aardbodem, die door de HEERE vervloekt is.
~ Genesis 5:28-29

Totaal: 874 + 182 = 1056

K. Zondvloed

Noach was 600 jaar oud toen de zondvloed kwam.

Noach was zeshonderd jaar oud toen de watervloed over de aarde kwam.
~ Genesis 7:6

Totaal: 1056 + 600 = 1656

II. Sem tot en met Abraham

A. Sem

Noach kreeg Sem, Cham, Jafeth.

Toen Noach vijfhonderd jaar oud was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafeth.
~ Genesis 5:32

Dit zijn de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafeth. Bij hen werden na de vloed zonen geboren.
~ Genesis 10:1

B. Arfachsad

Sem kreeg Arfachsad twee jaar na de zondvloed.

Dit zijn de afstammelingen van Sem: Sem was honderd jaar oud, toen hij Arfachsad verwekte, twee jaar na de vloed.
~ Genesis 11:10

Totaal: 1656 + 2 = 1658

C. Selah

Arfachsad was 35 jaar oud toen hij Selah kreeg.

Arfachsad had vijfendertig jaar geleefd, toen hij Selah verwekte.
~ Genesis 11:12

Totaal: 1658 + 35 = 1693

D. Heber

Selach was 30 jaar oud toen hij Heber kreeg.

Selah had dertig jaar geleefd, toen hij Heber verwekte.
~ Genesis 11:14

Totaal: 1693 + 30 = 1723

E. Peleg

Heber was 34 jaar oud toen hij Peleg kreeg.

Heber had vierendertig jaar geleefd, toen hij Peleg verwekte.
~ Genesis 11:16

Totaal: 1723 + 34 = 1757

F. Rehu

Peleg was 30 jaar oud toen hij Rehu kreeg.

Peleg had dertig jaar geleefd, toen hij Rehu verwekte.
~ Genesis 11:18

Totaal: 1757 + 30 = 1787

G. Serug

Rehu was 32 jaar oud toen hij Serug kreeg.

Rehu had tweeëndertig jaar geleefd, toen hij Serug verwekte.
~ Genesis 11:20

Totaal: 1787 + 32 = 1819

H. Nahor

Serug was 30 jaar oud toen hij Nahor kreeg.

Serug had dertig jaar geleefd, toen hij Nahor verwekte.
~ Genesis 11:22

Totaal: 1819 + 30 = 1849

I. Terah

Nahor was 29 jaar oud toen hij Terah kreeg.

Nahor had negenentwintig jaar geleefd, toen hij Terah verwekte.
~ Genesis 11:24

Totaal: 1849 + 29 = 1878

J. Abram (Abraham)

Terah was 130 jaar oud toen hij Abram kreeg.

Berekening:

1 - Terah stierf in Haran op 205-jarige leeftijd.

De dagen nu van Terah waren tweehonderdvijf jaar, en Terah stierf in Haran.
~ Genesis 11:32

2 - Abram was 75 jaar oud toen hij uit Haran vertrok.

Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.
~ Genesis 12:4

3 - Berekening

Terah was 205 toen hij in Haran stierf.
Abram was 75 toen hij (na de dood van Terah) uit Haran vertrok.
Terah was 205 - 75 = 130 jaar oud toen Abram geboren werd.

Totaal: 1878 + 130 = 2008
III. Abraham tot en met Jakob

A. Abraham (Abram)

Abraham was 100 jaar oud toen hij Izak kreeg.

Abraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Izak hem geboren werd.
~ Genesis 21:5

Totaal: 2008 + 100 = 2108

B. Izak

Izak was 60 jaar oud toen hij Jakob kreeg.

Daarna kwam zijn broer tevoorschijn, terwijl zijn hand de hiel van Ezau vasthield; daarom gaf men hem de naam Jakob. Izak was zestig jaar oud bij hun geboorte.
~ Genesis 25:26

Totaal: 2108 + 60 = 2168

C. Jakob

Jakob was 130 jaar oud toen hij naar Egypte ging.

8 De farao zei tegen Jakob: Hoe groot is het aantal van uw levensjaren?
9 Jakob zei tegen de farao: Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun vreemdelingschap niet bereikt.
~ Genesis 47:8-9

Totaal: 2168 + 130 = 2298
IV. Verblijfsduur Israëlieten in Egypte

A. De Israëlieten hebben 430 jaar in Egypte gewoond

40 De verblijfsduur van de Israëlieten, de tijd dat zij in Egypte gewoond hadden, was vierhonderddertig jaar.
41 En het gebeurde na verloop van vierhonderddertig jaar, op deze zelfde dag gebeurde het: alle legers van de HEERE zijn uit het land Egypte vertrokken.
~ Exodus 12:40-41

Totaal: 2298 + 430 = 2728
V. Uittocht uit Egypte tot bouw van de tempel

A. Salomo bouwde de tempel 480 jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte

Het gebeurde nu in het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van het koningschap van Salomo over Israël, in de maand Ziv (dat is de tweede maand), dat hij het huis van de HEERE bouwde.
~ 1 Koningen 6:1

Totaal: 2728 + 480 = 3208
VI. Koningen van Juda tot de ballingschap

A. Salomo

Salomo bouwde de tempel in zijn 4e regeringsjaar.

Het gebeurde nu in het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van het koningschap van Salomo over Israël, in de maand Ziv (dat is de tweede maand), dat hij het huis van de HEERE bouwde.
~ 1 Koningen 6:1

→ 3208
→ 3208 – 4 = 3204 → start regering Salomo

Salomo regeerde 40 jaar.

De tijd nu dat Salomo in Jeruzalem over heel Israël regeerde, was veertig jaar.
~ 1 Koningen 11:42

Totaal: 3204 + 40 = 3244

Overdracht: Rehabeam werd koning na hem.

Daarna ging Salomo te ruste bij zijn vaderen, en werd begraven in de stad van zijn vader David, en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
~ 1 Koningen 11:43

B. Rehabeam

Rehabeam regeerde 17 jaar.

Rehabeam nu, de zoon van Salomo, was koning over Juda. Rehabeam was eenenveertig jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem, de stad die de HEERE uit alle stammen van Israël had verkozen om Zijn Naam daar te vestigen. De naam van zijn moeder was Naäma, de Ammonitische.
~ 1 Koningen 14:21

Totaal: 3244 + 17 = 3261

Overdracht: Abiam werd koning na hem.

En Rehabeam ging te ruste bij zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David. En de naam van zijn moeder was Naäma, de Ammonitische. En zijn zoon Abiam werd koning in zijn plaats.
~ 1 Koningen 14:31

C. Abiam

Abiam regeerde 3 jaar.

1 In het achttiende jaar nu van koning Jerobeam, de zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.
2 Hij regeerde drie jaren in Jeruzalem en de naam van zijn moeder was Maächa, de dochter van Abisalom.
~ 1 Koningen 15:1-2

Totaal: 3261 + 3 = 3264

Overdracht: Asa werd koning na hem.

En Abiam ging te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David. En Asa, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
~ 1 Koningen 15:8

D. Asa

Asa regeerde 41 jaar.

9 In het twintigste jaar van Jerobeam, de koning van Israël, werd Asa koning over Juda.
10 Hij regeerde eenenveertig jaar in Jeruzalem, en de naam van zijn grootmoeder was Maächa, de dochter van Abisalom.
~ 1 Koningen 15:9-10

Totaal: 3264 + 41 = 3305

Overdracht: Josafat werd koning na hem.

Asa ging te ruste bij zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen, in de stad van zijn vader David. En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats.
~ 1 Koningen 15:24

E. Josafat

Josafat regeerde 25 jaar.

Josafat was vijfendertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Azuba, de dochter van Silchi.
~ 1 Koningen 22:42

Totaal: 3305 + 25 = 3330

Overdracht: Jehoram werd koning na hem.

En Josafat ging te ruste bij zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David, en zijn zoon Jehoram werd koning in zijn plaats.
~ 1 Koningen 22:51

F. Jehoram

Jehoram regeerde 8 jaar.

Hij was tweeëndertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde acht jaar in Jeruzalem.
~ 2 Koningen 8:17

Totaal: 3330 + 8 = 3338

Overdracht: Ahazia werd koning na hem.

En Jehoram ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David, en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 8:24

G. Ahazia

Ahazia regeerde 1 jaar.

Ahazia was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde één jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Athalia, de dochter van Omri, de koning van Israël.
~ 2 Koningen 8:26

Totaal: 3338 + 1 = 3339

Overdracht: Athalia greep de macht na zijn dood

1 Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, stond zij op en bracht zij heel het koninklijk nageslacht om.
2 Maar Joseba, de dochter van koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, de zoon van Ahazia, en nam hem weg uit het midden van de zonen van de koning die ter dood gebracht werden, en bracht hem en zijn voedster naar de linnenkamer. En zij verborgen hem voor Athalia, zodat hij niet gedood werd.
3 Hij bleef zes jaar met haar verborgen in het huis van de HEERE, terwijl Athalia over het land regeerde.
~ 2 Koningen 11:1-3

Joas, de zoon van Ahazia, wordt 6 jaar verborgen gehouden.

1 Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, stond zij op en bracht zij heel het koninklijk nageslacht om.
2 Maar Joseba, de dochter van koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, de zoon van Ahazia, en nam hem weg uit het midden van de zonen van de koning die ter dood gebracht werden, en bracht hem en zijn voedster naar de linnenkamer. En zij verborgen hem voor Athalia, zodat hij niet gedood werd.
3 Hij bleef zes jaar met haar verborgen in het huis van de HEERE, terwijl Athalia over het land regeerde.
~ 2 Koningen 11:1-3

H. Athalia

Athalia regeerde 6 jaar

Hij bleef zes jaar met haar verborgen in het huis van de HEERE, terwijl Athalia over het land regeerde.
~ 2 Koningen 11:3

Totaal: 3339 + 6 = 3345

Overdracht: Joas werd koning na haar.

Daarna bracht hij de zoon van de koning naar buiten, zette hem de diadeem op en gaf hem de getuigenis. Zij maakten hem koning en zalfden hem. Zij klapten in de handen en zeiden: Leve de koning!
~ 2 Koningen 11:12

Joas was zeven jaar oud toen hij koning werd.
~ 2 Koningen 11:21

I. Joas

Joas regeerde 40 jaar.

In het zevende jaar van Jehu werd Joas koning en hij regeerde veertig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Zibja, uit Berseba.
~ 2 Koningen 12:1

Totaal: 3345 + 40 = 3385

Overdracht: Amazia werd koning na hem.

20 Zijn dienaren stonden op en smeedden een samenzwering tegen hem. Zij sloegen Joas neer in Beth-Millo, waar men afdaalt naar Silla.
21 Zijn dienaren Jozacar, de zoon van Simeath, en Jozabad, de zoon van Somer, sloegen hem neer zodat hij stierf. Zij begroeven hem bij zijn vaderen in de stad van David, en zijn zoon Amazia werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 12:20-21

J. Amazia

Amazia regeerde 29 jaar.

1 In het tweede jaar van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël, werd Amazia koning, de zoon van Joas, de koning van Juda.
2 Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Joaddan, uit Jeruzalem.
~ 2 Koningen 14:1-2

Totaal: 3385 + 29 = 3414

Overdracht: Azaria (Uzzia) werd koning na hem.

En heel het volk van Juda nam Azaria, die nu zestien jaar oud was, en zij maakten hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
~ 2 Koningen 14:21

Toen nam heel het volk van Juda Uzzia, die toen zestien jaar oud was, en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
~ 2 Kronieken 26:1

K. Azaria (Uzzia)

Azaria (Uzzia) regeerde 52 jaar.

1 In het zevenentwintigste jaar van Jerobeam, de koning van Israël, werd Azaria koning, de zoon van Amazia, de koning van Juda.
2 Hij was zestien jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde tweeënvijftig jaar, in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Jecholia, uit Jeruzalem.
~ 2 Koningen 15:1-2

Totaal: 3414 + 52 = 3466

Overdracht: Jotham werd koning na hem.

Azaria ging te ruste bij zijn vaderen en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in de stad van David, en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 15:7

L. Jotham

Jotham regeerde 16 jaar.

32 In het tweede jaar van Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, werd Jotham koning, de zoon van Uzzia, de koning van Juda.
33 Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde zestien jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Jerusa, de dochter van Zadok.
~ 2 Koningen 15:32-33

Totaal: 3466 + 16 = 3482

Overdracht: Achaz werd koning na hem.

Jotham ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van zijn vader David, en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 15:38

M. Achaz

Achaz regeerde 16 jaar.

Achaz was twintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaar in Jeruzalem; hij deed niet wat juist was in de ogen van de HEERE, zijn God, zoals zijn vader David,
~ 2 Koningen 16:2

Totaal: 3482 + 16 = 3498

Overdracht: Hizkia werd koning na hem.

En Achaz ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David, en Hizkia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 16:20

N. Hizkia

Hizkia regeerde 29 jaar.

1 Het gebeurde nu in het derde jaar van Hosea, de zoon van Ela, de koning van Israël, dat Hizkia koning werd, de zoon van Achaz, de koning van Juda.
2 Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Abi, de dochter van Zacharia.
~ 2 Koningen 18:1-2

Totaal: 3498 + 29 = 3527

Overdracht: Manasse werd koning na hem.

Hizkia ging te ruste bij zijn vaderen en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 20:21

O. Manasse

Manasse regeerde 55 jaar.

Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hefziba.
~ 2 Koningen 21:1

Totaal: 3527 + 55 = 3582

Overdracht: Amon werd koning na hem.

Manasse ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de tuin van zijn huis, in de tuin van Uzza, en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 21:18

P. Amon

Amon regeerde 2 jaar.

Amon was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde twee jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Mesullemet, de dochter van Haruz, van Jotba.
~ 2 Koningen 21:19

Totaal: 3582 + 2 = 3584

Overdracht: Josia werd koning na hem.

23 De dienaren van Amon spanden tegen hem samen en doodden de koning in zijn huis.
24 De bevolking van het land doodde echter allen die tegen koning Amon samengespannen hadden, en de bevolking van het land maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 21:23-24

Q. Josia

Josia regeerde 31 jaar.

Josia was acht jaar oud toen hij koning werd, en regeerde eenendertig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Jedida, de dochter van Adaja, van Bozkath.
~ 2 Koningen 22:1

Totaal: 3584 + 31 = 3615

Overdracht: Joahaz werd koning na hem.

29 In zijn dagen trok farao Necho, de koning van Egypte, op naar de koning van Assyrië, naar de rivier de Eufraat. Koning Josia ging hem tegemoet; en de farao doodde hem in Megiddo, toen hij hem gezien had.
30 Zijn dienaren vervoerden hem – gestorven – uit Megiddo; zij brachten hem naar Jeruzalem en begroeven hem in zijn graf. De bevolking van het land nam Joahaz, de zoon van Josia, zalfde hem en maakte hem koning in de plaats van zijn vader.
~ 2 Koningen 23:29-30

R. Joahaz

Joahaz regeerde 3 maanden.

Joahaz was drieëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, uit Libna.
~ 2 Koningen 23:31

Totaal blijft: 3615

Overdracht: Eljakim (Jojakim) werd koning na hem.

Bovendien maakte farao Necho Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia en veranderde zijn naam in Jojakim. Joahaz nam hij echter mee, en toen die in Egypte aankwam, stierf hij daar.
~ 2 Koningen 23:34

S. Jojakim (Eljakim)

Eljakim (Jojakim) regeerde 11 jaar.

Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Zebudda, de dochter van Pedaja, uit Ruma.
~ 2 Koningen 23:36

Totaal: 3615 + 11 = 3626

Overdracht: Jojachin werd koning na hem.

Jojakim ging te ruste bij zijn vaderen, en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats.
~ 2 Koningen 24:6

T. Jojachin

Jojachin regeerde 3 maanden.

Jojachin was achttien jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Nehusta, de dochter van Elnathan, uit Jeruzalem.
~ 2 Koningen 24:8

Totaal blijft: 3626

Overdracht: Mattanja (Zedekia) werd koning na hem.

Toen ging Jojachin, de koning van Juda, de stad uit naar de koning van Babel, hij, zijn moeder, zijn dienaren, zijn vorsten en zijn hovelingen. De koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
~ 2 Koningen 24:12

Hij voerde Jojachin weg naar Babel. Ook de moeder van de koning, de vrouwen van de koning, zijn hovelingen en de heersers van het land voerde hij in ballingschap uit Jeruzalem naar Babel.
~ 2 Koningen 24:15

En de koning van Babel maakte Mattanja, de oom van Jojachin, koning in zijn plaats en veranderde zijn naam in Zedekia.
~ 2 Koningen 24:17

U. Mattanja (Zedekia)

Zedekia regeerde 11 jaar.

Zedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, uit Libna.
~ 2 Koningen 24:18

Totaal: 3626 + 11 = 3637

Overdracht: einde koningschap = begin ballingschap.

Zedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, uit Libna.
~ 2 Koningen 24:18

Zo werd de stad belegerd, tot het elfde jaar van koning Zedekia.
~ 2 Koningen 25:2

Toen grepen zij de koning en brachten hem naar de koning van Babel, naar Ribla. En zij spraken het vonnis over hem uit.
~ 2 Koningen 25:6

De koning van Babel liet hen neerslaan en doden in Ribla, in het land van Hamath. Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
~ 2 Koningen 25:21
VII. Ballingschap

De Babylonische ballingschap vond plaats in het 11e jaar van Mattanja (Zedekia).

Zo werd de stad belegerd, tot het elfde jaar van koning Zedekia.
~ 2 Koningen 25:2

De koning van Babel liet hen neerslaan en doden in Ribla, in het land van Hamath. Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
~ 2 Koningen 25:21

Totaal: 3637 jaar vanaf de schepping tot de ballingschap van Juda.

De ballingschap van Juda wordt historisch gedateerd op ongeveer 587 voor Christus.
VIII. Berekening van de datum van de schepping

Er zijn 3637 jaar verlopen tussen de schepping en de ballingschap van Juda
De ballingschap vond plaats rond 587 vóór Christus.
De schepping ligt dus 3637 jaar vóór 587 voor Christus
587 + 3637 = 4224 vóór Christus
Totaal: De schepping vond plaats in het jaar 4224 vóór Christus
Dit is in 2025: 4224 + 2025 = 6249 jaar geleden

IX. Leeftijd van de aarde in het jaar 2025

In 2025 vond de schepping 6249 jaar geleden plaats
De aarde is in het jaar 2025 dus 6249 jaar oud